Posted on

 

Zy hadden in het eerst heel goed weder; maar na dat zy omtrent acht
dagen in Zee geweest waren, wierden zy van een zeer zware storm
beloopen, verzeld met Donder en Blixem, dat het niet anders was of
Hemel en Aarde zou vergaan. Een ieder was als doen in de grootste
verslagendheid des Werelds; maar het geen het deerniswaardigste was
om te zien, was dat Mevrouw en Mejuffrouw N…. zig alle beide om den
hals van de Heer N…. wierpen; doende niet anders als schryen en
roepen: Ach myn waarde Man! Ach myn waarde Vader! Wy zullen u niet
verlaten, daar gy blyft, blyven wy ook, en wy zullen zoo doende te
zamen sterven. De Heer N…. zogt haar zoo veel te vertroosten en
moed te geven als maar in zyn vermoogen was, schoon hy zelve wel
diende vertroost te worden, met te zeggen myn waarde Vrouw en Kind,
steld u zelven doch een weinig gerust; het zal hoop ik zoo ver niet
koomen, en betrouwt op des Hemels hulp, die ons gemakkelyk redden kan.

Het verwonderlykste dat te zien was, was in onze Neger, hoe
standvastig en onverschrokken van moed hy zig betoonde, en met
wat voor een zorgvuldigheid hy voor zyn Heer en deszelfs Familie
ingenomen was. Ach Mevrouw en Juffrouw zeide hy, maakt u zelven
doch niet al te zeer beangst, en bedroeft doch myn goede Heer met u
klagten zoo niet! Gy zyt al te zamen te goede Lieden, dat ge zoo zoud
verlooren raken, de Groote Geest en Heer van het leven zal wel zorg
dragen voor uwe behoudenis en niet toelaten dat gy een ongeluk krygt;
schept derhalven moed, en her zal mogelyk wel schielyk veranderen. Dit
zeggende, en met een in de grootste zorgvuldigheid zynde om Mevrouw
en Mejuffrouw N….. op te passen, was een en dezelve zaak, dan was
hy eens by haar, dan liep hy weder by het boodsvolk om te vernemen,
of het gevaar ook groot was, en om eenige goede tyding te verneemen,
om het haar lieden bekend te maken.

Het scheen als of den Hemel ook haarlieder klachten verhoorden;
want na de storm tweemaal vierentwintig uuren doorgestaan te hebben,
begon dezelve allenxkens te bedaren en de Zee die zeer onstuymig
geweest was, zig een weinig tot rust te begeeven. De vreugd wierd
weder in haar lieder hard gebooren, terwyl zy het ontredderde Schip
zoo goed als zy konden herstelde: Maar dewyl het zeer gehavend was
wierd ‘er beslooten het eerste Land dat zy ontdekte aan te doen,
om een goede Reede of Haven te zien te krygen, en het dan weder in
staat te brengen om haar reize te bevorderen.

Het duurde ook niet lang of zy ontdekte een Kust die haar lieden
onbekend scheen, vermits zy de hoogte genomen hebbende aldaar geen
Land verwagtende waaren. Zy naderde dezelve van langzamerhand,
om dat zy bevreest waren voor Klippen en ondieptens, en toen zy
zoo naby gekoomen waaren, dat zy het Land onderscheidentlyk kosten
zien, ontdekte zy een inham; alwaar zy na toe stevende. Doen zy daar
ingekomen waren, bevonden zy dezelve zeer goed om te ankeren en tot
een veilige Haven voor het Schip te verstrekken; waarom zy dan ook
het anker uitwierpen, en vervolgens de Boot in ‘t water bragten,
om daar mede na land te varen.

Lee’s het laatste deep hier…